Rb. 's-Gravenhage 30 januari 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7216

Beëindiging verstrekkingen / art. 3 lid 1 IVRK / geen rechtstreekse werking Verweerder heeft besloten de verstrekkingen aan eiseres te beëindigen. De enkele omstandigheid dat de feitelijke beëindiging is opgeschort staat aan dit besluit niet in de weg. Verweerder heeft geen aanleiding hoeven zien om te twijfelen aan de vaststelling van de IND dat eiseres onvoldoende aan haar terugkeer heeft meegewerkt. Het gegeven dat eiseres in afwachting is van een reguliere bezwaarprocedure brengt geen verandering in haar opvangsituatie. Het beroep van eiseres op artikel 3, eerste lid, van het IVRK, slaagt niet nu dit artikel geen rechtstreekse werking heeft. Evenmin slaagt het beroep van eiseres op Richtlijn 2003/83 EG nu zij niet tot de doelgroep van deze richtlijn behoort. De medische situatie van eiseres staat niet aan beëindiging van de voorzieningen in de weg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen