Rb. 's-Gravenhage 23 november 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3487

Opvang / acute medische noodsituatie / BMA-advies / grondslag verlening opvang. Verzoeker is op 19 juli 2001 opvang geboden op grond van humanitaire redenen. Op 20 juli 2001 heeft de IND het COA verzocht verzoeker opvang te verlenen omdat besloten was hem onder het regime van artikel 64 Vw 2000 te laten vallen. In het onderhavige geval kan slechts het wettelijk recht op opvang dat was verleend op 20 juli 2001 op basis van artikel 64 Vw 2000 geacht worden te zijn beëindigd nadat het BMA op 31 oktober 2001 medisch advies had uitgebracht. In het onderhavige geval ligt het op de weg van verweerder op kenbare wijze te motiveren in hoeverre de medische situatie van verzoeker thans gewijzigd is ten opzichte van zijn medische situatie die op 19 juli 2001 aanleiding was verzoeker opvang te verlenen. De enkele omstandigheid dat het BMA in zijn advies van 31 oktober 2001 heeft geconcludeerd dat verzoeker in staat wordt geacht te reizen is in dit kader onvoldoende, nu het ‘niet in staat zijn te reizen’ op 19 juli 2001 niet ten grondslag lag aan het verzoek van de IND aan verweerder om verzoeker opvang te verlenen. Verweerder heeft zijn oordeel derhalve niet slechts op het BMA-advies kunnen baseren. De overweging van verweerder dat ook overigens niet is gebleken dat beëindiging van de opvang tot een acute medische noodsituatie zal leiden, is eveneens onvoldoende, nu het aanwezig zijn van een acute medische noodsituatie evenmin ten grondslag heeft gelegen aan het besluit verzoeker opvang te verlenen. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen