Rb. 's-Gravenhage 9 augustus 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2854
Oplegging (verdergaande) vrijheidsbeperkende maatregelen tijdens bewaringsmaatregel. Aan eiser is tijdens de bewaringsmaatregel op grond van artikel 5.4 Vb 2000 een aantal beperkingen opgelegd. Tussen partijen is niet in geschil dat aan eiser onrechtmatig beperkingen zijn opgelegd, hetgeen leidt tot de onrechtmatigheid van de tenuitvoerlegging van de maatregel op grond waarvan de maatregel door verweerder is opgeheven. De rechtbank overweegt dat zij in het kader van een vervolgberoep tegen een maatregel van bewaring als bedoeld in artikel 96 Vw 2000 bevoegd is te treden in de vraag of in de in strijd met de wet opgelegde beperkingen grond bestaat voor toekenning van een schadevergoeding. Verweerder heeft de bevoegdheid tot het opleggen van beperkingen gebaseerd op artikel 60 Vw 2000, de artikelen 5.4 en 5.5 Vb 2000 en het beleid in A5/5.3.8.1 Vc 2000. Voorts is niet aan de orde de rechtmatigheid van de tenuitvoerlegging op de locatie waar de vreemdeling onderworpen is aan de maatregel, maar de rechtmatigheid van aan een bepaalde vreemdeling opgelegde beperkingen. Verder is niet gebleken dat de mogelijkheid bestaat rechtsmiddelen aan te wenden tegen een besluit tot oplegging van beperkingen op basis van artikel 5.4 Vb 2000 bij een andere daartoe bevoegde instantie. De rechtbank oordeelt dat verweerder in het onderhavige geval de bevoegdheid tot het opleggen van beperkingen (uitsluitend) heeft gehanteerd als pressiemiddel teneinde de medewerking van eiser te verkrijgen bij het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit en uiteindelijk aan zijn voorgenomen verwijdering. Verweerder heeft aldus de bevoegdheid tot het opleggen van beperkingen gebruikt voor een kennelijk ander doel dan waarvoor deze bevoegdheid is verleend. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om, conform het verzoek van verweerder, tot nihilstelling dan wel matiging van de schadevergoeding over te gaan, maar ziet grond voor een verhoging van het toe te kennen schadebedrag. Nu sprake is van een aantal verdergaande beperkingen naast de vrijheidsontneming als zodanig, was in het geval van eiser sprake van een verzwaard regime, waardoor hiermee sprake is van een zodanig bijzonder geval dat het normbedrag niet adequaat kan worden geacht. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl