Rb. 's-Gravenhage 29 juni 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2545
Mvv-vereiste / hardheidsclausule / zieke dochter / horen / motivering. De rechtbank constateert dat verweerder er in het bestreden besluit geen blijk van heeft gegeven of, dan wel op welke wijze, het belang van de dochter van eiseres is meegewogen. Meer in het bijzonder blijkt niet of het welzijn van het (ernstig) zieke kind zich verdraagt met een tijdelijke scheiding van enkele maanden van haar moeder. Artikel 3 IVRK dient blijkens vaste jurisprudentie zijn uitwerking te krijgen in nationale wet- en regelgeving. In het onderhavige geval zal de doorwerking zijn weerslag moeten vinden in de motivering waarom verweerder heeft afgezien van het horen van eiseres; de moeder. Artikel 3 en in het verlengde hiervan ook in artikel 12 IVRK (in die gevallen waar het horen van het kind zelf niet zinvol moet worden geacht) dienen dan ook te worden betrokken bij de uitleg van het woord ‘kennelijk’ uit artikel 7:3, aanhef en onder b, Awb. Nu dit niet is geschied is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet van het horen van eiseres heeft kunnen af zien. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl