Rb. 's-Gravenhage 21 juni 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6636
Aangenomen moet worden dat bij ontvangen Duitse rente sprake is van een uitkering uit de zogenoemde Rentenversicherung der Arbeiter, waarop het Besluit van 9 januari 2001, nr. CPP2000/2593M van toepassing is. Over de als inkomsten uit arbeid aan te merken uitkering is Duitsland heffingsbevoegd ingevolge art. 12, tweede lid, van de Overeenkomst tussen Nederland en Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting. Gezien artikel 20, derde lid, van de Overeenkomst heeft verweerder terceht het bedrag aan Duitse rente begrepen in de grondslag waarnaar van eiser inkomstenbelasting is geheven. In aanmerking genomen voorts de aan eiser verleende vermindering voorkoming dubbel belasting is de aanslag tot het juiste bedrag berekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl