Rb. 's-Gravenhage 11 juli 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6608

Behoren premies en aanspraken Luxemburgse sociale verzekeringen tot het loon? Eiser is als chauffeur in dienst bij een in Luxemburg gevestigde werkgever. In geschil is of de door hem betaalde Luxemburgse sociale verzekeringspremies (en de aanspraken op grond van die verzekeringen) al dan niet tot het loon behoren. - Anders dan verweerder betoogt is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van verzekeringen die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse volksverzekeringen. - Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat het ouderdomspensioen is aan te merken als een pensioenregeling in de zin van artikel 18, eerste lid, van de Wet LB 1964). Het invaliditeitspensioen is aan te merken als een arbeidsongeschiktheidspensioen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a, onder 4e, van de Wet LB 1964. De rechtbank oordeelt dat de premieaftrek niet kan worden belemmerd omdat de premies zijn betaald aan de Luxemburgse Pensionkasse. Zij neemt daarbij in aanmerking dat de uitleg die het HvJ EG in het Danner-arrest geeft ten aanzien van aftrekbaarheid van premies voor een vrijwillige pensioenverzekering voor de inkomstenbelasting ook heeft te gelden voor de aftrekbaarheid van verplichte pensioenpremies voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel j, onder 1e, van de Wet LB 1964. De aanspraken op grond van de genoemde pensioenregelingen behoren niet tot het loon. - Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat de verzekeringen rechten geven op ziekengeld en uitkeringen bij moederschap die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken op grond van de ZW en de Wazo. De premies en de aanspraken behoren niet tot het loon. - Voor zover de premies betrekking hebben op verstrekkingen bij ziekte en vergoeding van begrafeniskosten komen zij naar het oordeel van de rechtbank naar aard en strekking niet overeen met premies ZW, Wazo, WAO en WW en kunnen zij als gevolg daarvan niet op het belastbare loon in mindering worden gebracht. Dat geldt eveneens voor de premies voor de ongevallenverzekering. Deze verzekering geeft immers aan werknemers en andere beroepsuitoefenaren rechten gelijk aan die waarop de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) recht geeft. Voor zover de verzekering een aanspraak geeft op verstrekkingen bij ziekte behoort de premie daarvoor op grond van 10, eerste lid, van de Wet LB 1964 tot het loon voor zover de aanspraak uit de dienstbetrekking is genoten. Voor zover de verzekering aanspraak geeft op vergoeding van begrafeniskosten levert op grond van artikel 11, eerste lid, onderdelen i en m, van de Wet LB 1964 dient deze tot het loon te worden gerekend indien en voor zover - kort samengevat - er sprake is van een eenmalige uitkering en verstrekking ter zake van overlijden van de werknemer, zijn partner of zijn kinderen, voorzover de uitkering en de verstrekkingen niet meer bedragen dan driemaal een maandloon van de werknemer. Voor zover de verzekering aanspraak geeft op verstrekkingen na een ongeval behoort een aanspraak op dergelijke verstrekkingen niet tot het loon. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de aanspraak op de AWBZ-verstrekkingen - zij het op grond van artikel 10, eerste lid, van de Wet LB 1964 - niet tot het loon behoren en dat aanspraken op vergoeding van bijzondere ziektekosten als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval evenmin daartoe behoren; zie artikel 11, eerste lid, onderdeel l, van de Wet LB 1964. - Bij gebreke aan feitelijke grondslag om een juiste berekening te maken van het belastbare inkomen uit werk en woning zal de rechtbank de zaak terugwijzen naar verweerder om, met inachtneming van wat de rechtbank hiervóór heeft overwogen en geoordeeld, opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar van eiser tegen de aanslag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen