Rb. 's-Gravenhage 22 februari 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6498
Gezinshereniging / afhankelijke aanvraag / eventuele aanspraak op driejarenbeleid. Eiseres heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit en beoogt verblijf bij haar moeder, de hoofdpersoon. De rechtbank stelt vast de aanvraag van eiseres een van de hoofdpersoon afhankelijke aanvraag is, nu aan deze aanvraag een lopende aanvraag van de hoofdpersoon ten grondslag ligt. In de uitspraak AWB 02/75635 van 29 juli 2004 van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Zwolle heeft de rechtbank het beroep van de hoofdpersoon, voor zover gericht tegen het uitblijven van een ambtshalve beslissing met betrekking tot de vraag of zij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier op voet van artikel 3.6, aanhef en onder b, Vb 2000, aangemerkt als een bezwaarschrift tegen het uitblijven van een ambtshalve beslissing en ter behandeling doorgezonden aan verweerder. Ten tijde van het thans bestreden besluit, waarin aan eiseres geen verblijfsvergunningvergunning wordt verleend omdat de hoofdpersoon geen verblijfsvergunning bezit, diende verweerder dus nog te beslissen op de eventuele aanspraak van de hoofdpersoon op een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid. Uit het voorgaande volgt dat met het voorliggende besluit eerder op de afhankelijke aanvraag van eiseres is beslist dan op de daaraan ten grondslag liggende aanvraag van de hoofdpersoon. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke handelswijze niet strookt met het afhankelijke karakter van de aanvraag van eiseres. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl