Rb. 's-Gravenhage 3 maart 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6556

Verblijf bij ouders / in Nederland geboren minderjarigen / geen verblijfsdocument / artikel 7 Besluit 1/80. Namens eisers, geboren in 2002 en 1999, is betoogd dat zij een verblijfsrecht ontlenen aan artikel 7 van het Besluit nr. 1/80 en de uitleg die daaraan door het HvJEG in zijn arrest Cetinkaya van 11 november 2004, zaaknr. C-467/02, is gegeven. Aangevoerd is dat eisers in Nederland zijn geboren, dat hun biologische vader de Turkse nationaliteit heeft, dat hij beschikt over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en de beide kinderen heeft erkend. Verweerder heeft daartegen ingebracht dat het arrest Cetinkaya alleen betrekking heeft op meerderjarigen en dat artikel 7 alleen ziet op gezinsleden die toestemming hebben gekregen zich bij de Turkse werknemer te voegen. De rechtbank verwerpt het standpunt dat artikel 7 van het Besluit nr. 1/80 in dit geval toepassing mist omdat eisers nooit de vereiste toestemming is verleend. Eisers bevinden zich immers in zoverre in dezelfde situatie als de betrokkene in het arrest Cetinkaya, dat ook zij in Nederland zijn geboren en hier sindsdien steeds hebben gewoond. Van hen kan dus evenmin worden gezegd dat zij toestemming nodig hadden om zich bij hun (biologische) vader te voegen. De rechtbank is voorts van oordeel dat artikel 7 van het Besluit nr. 1/80 niet is beperkt tot meerderjarige nakomelingen van de Turkse werknemer. In het arrest Cetinkaya kan die beperking niet worden gelezen. De rechtbank vindt steun voor haar oordeel in de tekst van artikel 7, waaruit van een beperking tot meerderjarigen niet blijkt, en in de uitleg die het HvJEG aan die bepaling heeft gegeven in het arrest Ayaz van 30 september 2004, zaaknr. C-275/02. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen