Rb. 's-Gravenhage 23 januari 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0548

Opvang / Project Terugkeer / beëindiging verstrekkingen / bevoegdheid COA. De vreemdeling, van Azerbeidjzaanse nationaliteit, komt niet in aanmerking voor continuering van de verstrekkingen omdat zij niet onder één van de categorieën van artikel 3 Rva 2005 valt. Derhalve heeft verweerder op goede gronden geweigerd de opvang van de vreemdeling te continueren. Het Project Terugkeer, uitgewerkt in de brief van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 23 januari 2004 aan de Tweede Kamer, genereert geen opvang van asielzoekers, zoals bedoeld in de Rva 2005, maar richt zich op de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en het daartoe te volgen traject. De weigering dan wel de beëindiging van de opvang in het kader van dit Project valt niet onder de bevoegdheid van het COA. De brief van het COA dat de vertrektermijn is verlopen, dat het recht op opvang van rechtswege is beëindigd, dat de vreemdeling verwijderbaar is geworden en dat de ontruiming op korte termijn zal plaatsvinden is geen besluit in de zin van artikel 3a, eerste lid, Wet COA dan wel een met een besluit gelijk te stellen handeling, als bedoeld in het tweede lid. Dit schrijven houdt niet meer in dan de vermelding van de van rechtswege ingetreden gevolgen van de meeromvattende beschikking, waarbij de asielaanvraag is afgewezen. Ten aanzien van het beroep en de voorlopige voorziening tegen die brief verklaart de rechtbank zich onbevoegd, het andere beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen