Rb. 's-Gravenhage 11 april 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8602

Verstrekking mvv / ongewenstverklaring / inbreuken op openbare orde. Aan eiser is voorafgaand aan zijn inreis in Nederland een mvv verstrekt. Met het verstrekken van dit mvv is het vertrouwen bij eiser gewekt dat, nu daarbij ook aan het openbare orde aspect is getoetst, de eerder door hem gepleegde strafbare feiten niet langer een belemmering zouden vormen om toegelaten te worden tot Nederland en de ongewenstverklaring zou worden opgeheven. Dit vertrouwen is, in het licht van de belangenafweging die is vereist bij een verzoek om opheffing van ongewenstverklaring en de omstandigheden in het onderhavige geval, gerechtvaardigd te noemen. Hieruit volgt dat de ongewenstverklaring van eiser niet ten grondslag kon worden gelegd aan de weigering eiser een verblijfsvergunning te verlenen. In paragraaf B1/1.1.8 Vc 2000 is bepaald dat aan de houder van een geldige mvv, uit het oogpunt van rechtszekerheid, slechts in uitzonderlijke gevallen een verblijfsvergunning kan worden geweigerd. Als uitzondering wordt de situatie genoemd dat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt. De rechtbank is van oordeel dat hier slechts gedoeld kan zijn op inbreuken op de openbare orde die de vreemdeling pleegt na inreis op de verstrekte mvv, dan wel die verweerder bij de toetsing van de mvv niet bekend konden zijn. Beroepen gegrond, afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen