Rb. 's-Gravenhage 25 november 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9693

Ongewenstverklaring / gemeenschapsonderdaan. De rechtbank is van oordeel dat een besluit tot ongewenstverklaring ex artikel 67 Vw 20000 onder omstandigheden kan worden aangemerkt als besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht op grond van het gemeenschapsrecht om redenen van openbare orde. Daartoe biedt artikel 67 Vw 2000, ingevolge het gemeenschapsrecht vereiste, wettelijke grondslag. Artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000 kan echter niet aan de ongewenstverklaring ten grondslag worden gelegd. Artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000 ziet immers op de vreemdeling die in Nederland verblijft anders dan op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw. Eiser mocht als gemeenschapsonderdaan op grond van het gemeenschapsrecht in Nederland verblijven en hij had dus op grond van artikel 8, aanhef en onder e, Vw 2000 rechtmatig verblijf. Verweerder is er ten onrechte van uitgegaan dat het verblijfsrecht van eiser al was geëindigd. Naar het oordeel van de rechtbank is de Coördinatierichtlijn van toepassing. De enkele verwijzing van verweerder naar strafrechtelijke veroordelingen van eiser is onvoldoende motivering voor het oordeel dat uit het persoonlijk gedrag van eiser volgt dat hij een actuele dan wel een werkelijke en genoegzaam ernstige bedreiging van de openbare orde vormt. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen