Rb. 's-Gravenhage 22 augustus 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8316

Mvv / openbare orde / EU-onderdaan. Verweerder stelt dat eiseres niet in aanmerking komt voor een mvv, aangezien eiseres een gevaar vormt voor de openbare orde. Eiseres stelt dat de mvv-aanvraag beoordeeld dient te worden aan de hand van het voor EU-onderdanen geldende openbare-ordecriterium. De rechtbank volgt deze stelling niet. Zoals ook is overwogen in het arrest Jany van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 20 november 2001 wordt in casu een overtreding van een artikel van het Wetboek van Strafrecht tegengeworpen, dat ook voor Nederlandse onderdanen strafbaar is gesteld. De rechtbank is van oordeel dat verweerders motivering ten onrechte uitsluitend is ontleend aan het arrest Jany en niet is gebaseerd op het rechtstreeks toepasselijke EG-recht. Voorts past verweerder het niet-discriminatiebeginsel uit de associatieovereenkomst verkeerd toe door dit in verband te brengen met het voorbehoud van openbare orde, terwijl het in casu uitsluitend betrekking kan hebben op de in Nederland geldende regelingen van het prostitutiebeleid. De rechtbank overweegt voorts dat verweerder uitgaat van twee overwegingen uit het arrest Jany, terwijl deze overwegingen de ondergrens aangeven voor de gevallen waarin juist niet sprake is van het in het arrest Jany geformuleerde Bouchereau-criterium. Reeds daarom kan deze redenering niet worden aanvaard. Dit uitgangspunt heeft impliciet tot gevolg dat elke strafbaarstelling van een misdrijf een fundamenteel belang van de samenleving raakt. Bovendien is deze redenering in strijd met artikel 3, tweede lid, Richtlijn 64/221/EEG waarin is bepaald dat een strafrechtelijke veroordeling op zichzelf geen motivering is voor weigering en toelating. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen