Rb. 's-Gravenhage 24 januari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7251
Russische Federatie / land van eerder verblijf. Eisers hebben de Russische nationaliteit en hebben, voordat zij naar Nederland zijn gekomen in december 2000, respectievelijk vanaf 1997 en 1999 in Kazachstan verbleven. Eisers hadden in Kazachstan het staatsburgerschap aangevraagd, echter deze aanvragen werden afgewezen, omdat zij in de Russische Federatie gezocht worden wegens het openbaar maken van staatsgeheimen. Eisers vreesden uitlevering naar de Russische Federatie. Verweerder heeft aan hen artikel 31, tweede lid, onder i, Vw 2000 tegengeworpen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden Kazachstan heeft aangemerkt als een land van eerder verblijf, zodat eisers niet in aanmerking komen voor toelating als vluchteling. Verweerder heeft zich in redelijkheid kunnen baseren op eisers paspoorten en verklaringen, waaruit blijkt dat zij permanente verblijfsvergunningen hebben voor Kazachstan. Eisers hebben niet aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt dat deze verblijfsvergunningen thans niet meer geldig zijn. Voorts heeft verweerder in het bestreden besluit in redelijkheid kunnen overwegen dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat eisers daadwerkelijk met uitlevering aan de Russische autoriteiten worden bedreigd. Verweerder heeft evenmin een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM aan hoeven nemen, nu Kazachstan partij is bij het Vluchtelingenverdrag en het verbod op refoulement respecteert. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl