Rb. 's-Gravenhage 24 januari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF3602
Asielaanvraag / medische beoordeling / deskundigheid verpleegkundige. Aan de orde is de vraag of verweerder mocht afgaan op het advies van de psychiatrisch verpleegkundige van de crisisdienst Riagg. Dit advies hield in dat verzoeker gelet op zijn medische situatie kon worden gehoord over zijn asielmotieven. Volgens verzoeker was wegens de bij hem bestaande psychose niet het geval. Vanwege de psychose is volgens hem niet na te gaan welke verklaringen tijdens het nader gehoor op waarheid en welke op wanen waren gebaseerd, zodat het besluit een zorgvuldige voorbereiding ontbeert. De wettelijke bescherming van de titels arts en verpleegkundige in de wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG), en de omschrijving in die wet van aan artsen en verpleegkundigen voorbehouden handelingen duidt er niet op dat diagnostiek in alle gevallen aan verpleegkundigen kan worden overgelaten. Tot het gebied van deskundigheid van de arts wordt ingevolge de artikelen 1 en 19 wet BIG gerekend het onderzoeken van een persoon om zijn gezondheidstoestand te beoordelen. Ingevolge artikel 33 wet BIG wordt tot het gebied van deskundigheid van de verpleegkundige gerekend het verrichten van handelingen op het gebied van onder meer observatie en ingevolge opdracht verrichten van handelingen in aansluiting op diagnostische werkzaamheden van een beroepsbeoefenaar op het gebied van individuele gezondheidszorg. Uit dit samenstel van wettelijke bepalingen, alsmede de beperkte mogelijkheden voor een arts zijn bevoegdheden op te dragen aan anderen, moet worden afgeleid dat de wetgever bij de titelbescherming ervan uitgaat dat een verpleegkundige geen eigen deskundigheid voor diagnostiek bezit. Uit het medisch protocol, noch uit de uit het dossier blijkende gang van zaken in dit geval kan worden afgeleid dat een terzake kundige arts of psychiater het gegeven advies voor zijn rekening heeft genomen. De enkele stelling dat contact met enige 'achterwacht' heeft plaatsgevonden, is daarnaast onvoldoende om de conclusie te wettigen dat daarin een opdracht voor onderzoek en advisering door die 'achterwacht' ligt besloten. Overigens is niet gebleken wie dat was, ligt besloten. Tegen die achtergrond heeft verzoeker terecht aangevoerd, dat verweerder de verpleegkundige in dit geval niet zonder meer als deskundige heeft mogen aanmerken en niet zonder meer op haar advisering heeft mogen afgaan. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl