Rb. Rotterdam 21 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:8903
Kort geding. Opheffing beslag. Spanje is in een arbitraal eindvonnis veroordeeld tot betaling van € 106 miljoen aan een Japanse investeerder. De investeerder heeft haar vordering op Spanje verkocht aan gedaagde. Op verzoek van gedaagde heeft de Haagse voorzieningenrechter o.a. het eindvonnis erkend en verlof verleend om dat vonnis in Nederland ten uitvoer te leggen. Daarna heeft Blasket ten laste van Spanje executoriaal beslag doen leggen op een pand in Utrecht. Spanje vordert opheffing van het beslag. Toewijzing. Tenuitvoerlegging is nietig. De grosse van de verlofbeschikking en het eindvonnis zijn niet aan Spanje betekend. Daarnaast geniet het pand immuniteit van executie en maakt het beslag daar inbreuk op.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 56 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 430 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 439 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 502 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 504 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:15 BW1
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 3a GDW
- Artikel 108 VWEU
- Artikel 1 ICSID
- Artikel 53 ICSID
- Artikel 54 ICSID