Rb. Rotterdam 8 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:8303
Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding, beroepen gegrond en ongegrond. De rechtbank ziet aanleiding het totale boetebedrag voor de twee overtredingen terug te brengen tot het boetebedrag voor één overtreding, dat wil zeggen tot € 36,51. Alles tezamen, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de minister in redelijkheid had moeten volstaan met het opleggen van één boete. De minister heeft in redelijkheid een boete opgelegd ten aanzien van de overtreding van 15 april 2025 om 13:24 uur. Omdat beide overtredingen in een tijdsbestek van vier uur hebben plaatsgevonden en de feiten en omstandigheden die aan de overtredingen ten grondslag liggen gelijk zijn had de minister, gelet op het hiervoor overwogene, ten aanzien van de overtreding op 15 april 2025 om 16:47 uur in redelijkheid moeten afzien van het opleggen van een boete.
De uitspraak op rechtspraak.nl