Rb. Rotterdam 11 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:11983

Alles tezamen, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de minister in redelijkheid had moeten volstaan met het opleggen van één boete. De minister heeft in redelijkheid een boete opgelegd ten aanzien van de overtreding van 15 april 2025 om 13:24 uur (zaak 25/8509). Omdat rondom de overtreding in deze zaak dezelfde verwarring met betrekking tot de betaling een grote rol heeft gespeeld had de minister, gelet op het hiervoor overwogene, ten aanzien van de overtreding op 9 april 2025 om 17:26 uur in redelijkheid moeten afzien van het opleggen van een boete

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken