Rb. Rotterdam 20 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7024
Omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (Wabo) voor een camperpark. Het college heeft ten onrechte geen voorschrift over landschappelijke inpassing aan de omgevingsvergunning verbonden. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door een voorschrift over landschappelijke inpassing aan de omgevingsvergunning te verbinden. De rechtbank komt ook tot het oordeel dat het bestreden besluit op twee punten niet goed is gemotiveerd. Het gaat om de toetsing aan de Omgevingsvisie Zuid-Holland en om parkeren. Deze gebreken kunnen worden gepasseerd, omdat het college inmiddels alsnog een toereikende motivering heeft gegeven. Op de overige punten (o.a. Omgevingsverordening Zuid-Holland, gemeentelijk beleid, verkeersveiligheid en gevolgen voor beschermde natuurgebieden en beschermde soorten) krijgen eisers geen gelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 3:2 Awb
- Artikel 3:15 Awb
- Artikel 3:46 Awb
- Artikel 6:13 Awb
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 8:72 Awb
- Artikel 2 MER
- Artikel 18 Rwc
- Artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 17 Wilg
- Artikel 2.1 Wabo
- Artikel 2.7 Wabo
- Artikel 2.12 Wabo
- Artikel 3.9 Wabo
- Artikel 2.7 Wet natuurbescherming
- Artikel 3.1 Wet natuurbescherming
- Artikel 3.3 Wet natuurbescherming
- Artikel 5.1 Omgevingswet
- Artikel 11.37 Bal
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3219
- ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2185
- ABRvS 3 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2229
- ABRvS 10 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2484
- ABRvS 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1457
- ABRvS 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:953
- ABRvS 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:786
- ABRvS 26 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2034
- ABRvS 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:678
- ABRvS 27 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2151