Rb. Rotterdam 15 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6835

De verdachte wordt veroordeeld voor het (medeplegen van) verrichten van seksuele handelingen met zijn twee pleegkinderen, het (medeplegen van) vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderporno, waaronder van zijn eigen pleegkinderen, terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt, het verrichten van seksuele handelingen met zijn hond en het (medeplegen van) vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van dierenporno, terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 502 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met oplegging van bijzondere voorwaarden. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verder wordt aan de verdachte een taakstraf van 240 uur opgelegd. De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. De in beslaggenomen gegevensdragers worden onttrokken aan het verkeer.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen