Rb. Rotterdam 7 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5

Boete opgelegd voor overtreding van artikel 3.4 van het Besluit houders van dieren (Bhd), omdat eiseres heeft gefokt met een mopshond waarmee niet zoveel mogelijk werd voorkomen dat uiterlijke kenmerken werden doorgegeven aan of konden ontstaan bij nakomelingen die schadelijke gevolgen hadden voor welzijn of gezondheid van de dieren. Verweerder heeft zich gebaseerd op het rapport 'Fokken met kortsnuitige honden' en hanteert 6 criteria om te bepalen of er een verhoogd risico is op het ontwikkelen van schadelijke kenmerken. De rechtbank vindt deze invulling niet onredelijk en volgt verweerder dat de Cambridge BOAS-test niet toereikend is voor toetsing aan artikel 3.4 Bhd. OOk de handhaving op deze crieria vindt de rechtbank niet onevenredig gelet op de bescherming van het dierenwelzijn. Een toezichthoudend dierenarts heeft vastgesteld dat de moederehond meerdere uiterlijke kenmerken heeft die zo extreem waren dat het fokken met deze hond het welzijn van ouderdier en nakomelingen benadeelt. Verweerder heeft terecht vastgesteld dat eiseres een overtreding heeft begaan door met deze hond te fokken en heeft terecht daarvoor een boete van € 1.500 opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken