Rb. Rotterdam 2 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1020

Voorlopige voorziening. Last onder dwangsom. Verzoekster verkeert kennelijk in de veronderstelling dat de last ertoe zou moeten strekken dat verzoekster alsnog de gelegenheid krijgt om alsnog de benodigde technische dossiers op orde te brengen en gelet hierop een ruime begunstigstermijn zou moeten worden verleend. Zoals de staatssecretaris heeft overwogen, is dit niet het geval. De last is er op gericht dat verzoekster alsnog de volledige technische dossiers overlegt indien zij daarover beschikt – zoals wordt voorgeschreven door artikel 3a, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het Warenwetbesluit machines en deel A van bijlage VII bij de Machinerichtlijn – en als zij daar niet over beschikt de verkoop staakt en gestaakt houdt totdat zij die dossiers wel volledig op orde heeft. Bij de vraag of handhaving door middel van een last evenredig is kan in beginsel concreet uitzicht op legalisatie een rol spelen (bijv. ECLI:NL:RVS:2025:539, punt 6 en ECLI:NL:CBB:2021:575, punt 3). Daargelaten de vraag of dit leerstuk van toepassing is bij een verkoopstop als hier aan de orde (vgl. voor de stillegging van bouwwerkzaamheden ECLI:NL:RVS:2025:1715, punt 7.1), is de voorzieningenrechter met de staatssecretaris van oordeel dat er geen concreet zicht is op legalisatie nu verzoekster nog steeds in gebreke is de volledige technische dossiers van de typen waarop de last ziet over te leggen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken