Rb. Rotterdam 13 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:7191

Omgevingsvergunning voor de verandering van een varkenshouderij en ambtshalve wijziging van de vergunningvoorschriften. Dat aan de maximale emissiewaarden uit het Besluit emissiearme huisvesting wordt voldaan en daarom voor ammoniak de beste beschikbare technieken (bbt) worden toegepast, betekent niet dat ook voor geur sprake is van toepassing van bbt. De voorgeschreven geurnorm van 8,0 OUE/m3 wijkt af van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). De Wgv heeft exclusieve werking. Dat geldt volgens de letterlijke tekst van artikel 2, eerste lid, van de Wgv alleen voor de beoordeling van geurhinder bij een beslissing inzake de omgevingsvergunning voor het oprichten of veranderen van een veehouderij. Gelet op wat de wetgever heeft beoogd met de exclusieve werking van de Wgv, is de rechtbank echter van oordeel dat het college voor de ambtshalve wijziging van de voorschriften bij de invulling van het begrip “het belang van de bescherming van het milieu” aansluiting had moeten zoeken bij artikel 2 van de Wgv. Dat betekent dat het college alleen ten behoeve van de toepassing van bbt had mogen afwijken van de Wgv. Anders zou het college via een omweg voorschriften kunnen stellen die het bij de beslissing op de aanvraag niet aan de omgevingsvergunning had kunnen verbinden en wordt de bescherming van artikel 3, derde lid, van de Wgv voor bestaande situaties teniet gedaan. Het voorschrift met de geurnorm strekt niet tot toepassing van bbt en het college heeft onvoldoende gemotiveerd dat dit ambtshalve gestelde voorschrift noodzakelijk is in het belang van de bescherming van het milieu. In voorschrift 2.1.1 is bepaald dat twee bestaande traditionele huisvestingssystemen na één jaar moeten zijn vervangen. Het college heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze huisvestingssystemen niet meer als bbt kunnen worden aangemerkt. Bovendien is met dit voorschrift de grondslag van de aanvraag verlaten. De voorschriften over het aansluiten van de huisvestingssystemen in stal 2 op een luchtwasser en het optimaliseren van de wijze waarop afvoerlucht uit stal 2 wordt verwijderd kunnen in beginsel worden beschouwd als bbt-maatregel, maar het college heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de kosten – en daarmee naar de economische haalbaarheid – van de voorgeschreven maatregelen. Het opstellen van een geurbeheersplan volgt uit de BBT-conclusies, maar een goedkeuringseis voor het geurbeheersplan niet. De noodzaak van goedkeuring in verband met de toepassing van bbt is onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond en vernietiging van het bestreden besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken