Rb. Rotterdam 9 mei 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5948
Omgevingsvergunning voor de bouw van een nieuwe melkveestal en het uitbreiden van een melkveehouderij. De omgevingsvergunning mocht worden verleend terwijl nog geen natuurvergunning is verleend voor de nieuwe stal. Omdat de natuurvergunning vóór de datum van het bestreden besluit is aangevraagd, hoefde niet tegelijk met de andere activiteiten ook een natuurtoestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wabo te worden aangevraagd. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen reden is om de omgevingsvergunning in het belang van de bescherming van het milieu te weigeren. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat met het toegepaste stalsysteem geen sprake is van de toepassing van de beste beschikbare technieken (bbt) en voor ammoniak, geur en fijnstof wordt voldaan aan de wettelijke eisen. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 21 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:8713
- ABRvS 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3775
- ABRvS 12 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2874
- ABRvS 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2557
- ABRvS 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:556
- Rb. Den Haag 17 februari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:1139
- ABRvS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1395
- ABRvS 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2522
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2020:503