Rb. Rotterdam 2 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:4803
Erfrecht. Eiseres is de dochter van erflater en gedaagde is de partner van erflater. De samenlevingsovereenkomst die erflater en gedaagde op 17 december 1996 hebben gesloten is nog geldig. De samenlevingsovereenkomst bevat een verblijvingsbeding. Aan dit verblijvingsbeding kan uitvoering worden gegeven. Er is sprake van een verblijvingsbeding om niet. De woning en de inboedel (niet zijnde de auto en de elektrische fiets van erflater) vallen onder het verblijvingsbeding. Daarnaast wordt in het vonnis beslist op andere geschilpunten tussen partijen en wordt de legitieme portie vastgesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 233 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1a SW
- Artikel 131 Overgangswet NBW
- Artikel 4:7 BW4
- Artikel 4:10 BW4
- Artikel 4:64 BW4
- Artikel 4:65 BW4
- Artikel 4:67 BW4
- Artikel 4:87 BW4
- Artikel 4:126 BW4
- Artikel 6:248 BW6
- Artikel 3:5 BW3
- Artikel 3:172 BW3