Rb. Rotterdam 7 maart 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:3362
Bezwaar tegen (gedeeltelijke) herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) ex art. 6:6:8 Sv gegrond (na 90 dagen). Het OM heeft niet in redelijkheid kunnen beslissen tot herroeping van de v.i. voor de duur van 120 dagen, omdat bij die beslissing ten onrechte niet zijn meegewogen de voorzienbare consequenties van het verlies van huisvesting en werk na drie maanden.
De uitspraak op rechtspraak.nl