Rb. Rotterdam 27 februari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:2613

Incident; bevoegdheid civiel kantonrechter; zaak draait om inning wettelijk vastgesteld collegegeld door openbare universiteit, een publiekrechtelijk persoon. Het college van bestuur van een openbare universiteit heeft in beginsel te gelden als een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 lid 1 onder a Awb; De organisatie en de bekostiging van universiteiten zijn geregeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De UvA is een (openbare) bekostigde instelling in de zin van deze wet. In de WHW is bepaald welke bijdragen studenten verschuldigd zijn voor het volgen van een bachelor- of masteropleiding (zie artikel 7.45 lid 1 WHW voor de hoogte van het wettelijk collegegeld). De rechtsmachtsverdeling met betrekking tot geschillen in het hoger onderwijs is na het SCAU-arrest van de Hoge Raad (Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1049) duidelijk. Bij geschillen waarbij opgekomen wordt tegen een algemeen verbindend voorschrift (zoals bijvoorbeeld een voorschrift waarin afgeweken wordt van de wettelijk vastgestelde hoogte van het collegegeld) maar dat pas effect heeft voor de betrokken student door een besluit van een bestuursorgaan en tegen dat besluit een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat, moet die voorgeschreven rechtsgang worden gevolgd of de student kan het algemeen verbindend voorschrift laten beoordelen door de bestuursrechter.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken