Rb. Rotterdam 11 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12967

Deze uitspraak gaat over een door de [verweerster] aan een vennootschap opgelegde bestuurlijke boete van € 130.000. Volgens de [verweerster] heeft de vennootschap producten met nepkortingen aangeboden. Statische of dynamische verwijzing in onderdeel a van de bijlage bij de Whc en (gebrekkige) bekendmaking? De wetgever heeft met de Implementatiewet het oogmerk gehad om de met Richtlijn (EU) 2019/2161 doorgevoerde wijzigingen van onder meer Richtlijn 98/6/EG ook in de Whc te implementeren. De rechter neemt tot uitgangspunt dat de wetgever – behoudens aanwijzingen voor het tegendeel – het oogmerk zal hebben gehad om een richtlijn juist te implementeren en hij zal waar mogelijk wetgeving (die strekt tot implementatie van een richtlijn) richtlijnconform interpreteren (zie bijv. ECLI:NL:HR:2007:AZ3758). Met de Implementatiewet is artikel 2.10 in de Whc – dat betrekking heeft op boetetoemeting, ook met betrekking tot overtreding van het in bijlage a genoemde artikel van de Prijzenwet – ingevoerd. Die bepaling correspondeert met artikel 8, tweede lid, van de met Richtlijn (EU) 2019/2161 gewijzigde Richtlijn 98/6/EG. De [verweerster] heeft er in haar verweerschrift terecht op gewezen dat de wetgever heeft gemeend dat het eerste lid van laatstgenoemd artikel geen nadere implementatie behoefde, omdat in de Whc al is voorzien in de bevoegdheid van de [verweerster] om bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Prijzenwet (waarmee richtlijn 98/6/EG is geïmplementeerd) een bestuurlijke boete of last onder dwangsom op te leggen (zie de transponeringstabel bij Kamerstukken II 2021/22, 35 940, nr. 3, blz. 51). De parlementaire geschiedenis van de Implementatiewet biedt dus naast de genoemde Aanwijzingen voor de regelgeving aanknopingspunten om uit te gaan van een dynamische verwijzing (vgl. ECLI:NL:RVS:2001:AB1451). Uit de wet volgt niet dat de [verweerster] of de minister van Economische Zaken (de minister) verplicht is boetebeleid vast te stellen. Het bestaan van beleidsregels is dus niet maatgevend voor het wel of niet kunnen opleggen van een boete voor een overtreding van de Whc (vgl. ECLI:NL:CBB:2003:AL8124). Overigens heeft de [verweerster] de Boetebeleidsregel wel overeenkomstig toegepast door aansluiting te zoeken bij de bandbreedte van een van de categorieën van (de Bijlage behorende bij) artikel 2.5, tweede lid, van de Boetebeleidsregel. De [verweerster] heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de vennootschap heeft gehandeld in strijd met artikel 5a, eerste lid, van het Besluit prijsaanduiding producten en dat de uitzonderingen van het tweede, derde of vierde lid van dat artikel niet van toepassing zijn. De rechtbank voegt aan het voorgaande toe dat zij het standpunt van de [verweerster] volgt dat sprake is van een inbreuk als bedoeld in artikel 1.1 van de Whc. Van verboden willekeur is geen sprake als het bestuursorgaan navolgbare selectiecriteria heeft opgesteld op basis waarvan het handhavingsprioriteiten stelt. Daarvan is hier sprake (vgl. ECLI:NL:RVS:2020:1410; ECLI:NL:CBB:2010:BL3127 en ECLI:NL:CBB:2020:914). De rechtbank stelt vast dat de [verweerster] bij de vaststelling van de ernstfactor bij wijze van gedachte-experiment het aantal dagen dat iedere overtreding afzonderlijk bezien duurde bij elkaar heeft opgeteld om de ernst van de overtredingen te kunnen vaststellen. Daarmee heeft de [verweerster] niet de totale periode waarbinnen de verschillende overtredingen plaatsvonden en die liep van 25 mei 2023 tot en met 5 augustus 2023 willen verlengen, maar gewicht willen toekennen aan de optelsom van het aantal dagen dat elk van de overtredingen heeft geduurd. Dat komt de rechtbank niet onlogisch voor omdat daarmee tot uitdrukking wordt gebracht dat er een verschil in ernst bestaat tussen – bijvoorbeeld – tien overtredingen die in een bepaalde periode elk één dag hebben geduurd en tien overtredingen die in diezelfde periode elk tien dagen hebben (voort)geduurd. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2025:12968

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken