Rb. Rotterdam 17 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12186

De verdachte, een oud-politieagente, stond samen met vijf anderen terecht voor de voorbereiding en/of uitlokking op de ex-partner van de politieagente. Onder de verdachten waren onder meer de zoon van de politieagente en zijn vriendin. Twee verdachten werden vrijgesproken van iedere betrokkenheid. De politieagente en twee andere verdachten werden, net als haar zoon, veroordeeld. De zoon kreeg 174 dagen jeugddetentie waarvan 150 dagen voorwaardelijk. Zijn vriendin kreeg een voorwaardelijke jeugddetentie van 12 maanden. De in de voorbereiding betrokken schutter kreeg 30 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk zijn. De verdachte kreeg de langste gevangenisstraf van zeven jaar. Deze beslissingen zijn uitvoerig uitgelegd in het vonnis. De rechtbank heeft ook een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan de voorlopige hechtenis. Zij heeft, in lijn met het recente arrest van de Hoge Raad hierover, overwogen dat de voorlopige hechtenis als ingrijpend dwangmiddel terughoudend moet worden toegepast en dat een veroordelend vonnis als zodanig geen grond voor toepassing van voorlopige hechtenis vormt, zodat het verzoek tot hernieuwde schorsing van de voorlopige hechtenis is toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken