Rb. Rotterdam 2 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10559
Financieel toezicht. De AFM stuurde beleggingsondernemingen (destijds jaarlijks) een vragenlijst teneinde haar op risico gebaseerde toezicht op de naleving van de Wwft en de Sw in te richten. Eiseres heeft de vragenlijst voor het jaar 2022 niet ingevuld aan de AFM toegezonden. De AFM heeft daarom aan eiseres wegens overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Awb een bestuurlijke boete van € 500.000,- opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de AFM gebruik kunnen maken van haar bevoegdheid om over te gaan tot oplegging van een bestuurlijke boete. De rechtbank ziet in de relevante feiten en omstandigheden van deze zaak echter wel aanleiding om de opgelegde boete te verlagen. Het opleggen van een boete op basis van het Bbbfs en het toepasselijke boetetoemetingsbeleid van de AFM leidt niet tot een boete die in een redelijke verhouding staat tot de aard en ernst van de overtreding. Gelet hierop moeten artikel 2, tweede lid, van het Bbbfs en stap 1 van het boetebeleid moet buiten toepassing worden gelaten. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en voorziet zelf in de zaak door de hoogte van de boete vast te stellen op € 100.000,-.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1 Sr
- Artikel 184 Sr
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 5:16 Awb
- Artikel 5:20 Awb
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 8:72a Awb
- Artikel 1:80 Wft
- Artikel 30 Wwft
- Artikel 31 Wwft
- Artikel 1b Besluit bestuurlijke boetes financiële sector
- Artikel 2 Besluit bestuurlijke boetes financiële sector
- Artikel 4 Besluit bestuurlijke boetes financiële sector
- Artikel 5 Besluit bestuurlijke boetes financiële sector