Rb. Rotterdam 7 oktober 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10322
Aanwijzing tot het volgen van een bepaalde gedragslijn door een trustkantoor, ertoe strekkende dat overtredingen met betrekking tot het compliance werkprogramma, de systematische integriteitsrisicoanalyse, het procedurehandboek, de auditfunctie en het cliëntenonderzoek worden beëindigd. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat DNB ten onrechte heeft vastgesteld dat het trustkantoor ten tijde van het aanwijzingsbesluit in overtreding was van artikel 15, tweede lid, van de Wtt 2018 en dat het trustkantoor zowel ten tijde van het aanwijzingsbesluit als ten tijde van het bestreden besluit in overtreding was van (i) artikel 17, derde lid, van het Btt 2018, (ii) artikel 14, derde lid, van de Wtt 2018, gelezen in samenhang met artikel 10 van het Btt 2018, (iii) artikel 16 van het Btt 2018, (iv) artikel 27, tweede lid, aanhef en onder a, b, c, d, e, g, i en k, en derde lid, aanhef en onder b en e, van de Wtt 2018 en (v) artikel 26, tweede en derde lid, van de Wtt 2018. De rechtbank ziet evenmin grond voor het oordeel dat DNB ten tijde van het aanwijzingsbesluit of het bestreden besluit geen gebruik mocht maken van haar bevoegdheid om het trustkantoor de aanwijzing te geven deze overtredingen te beëindigen door het volgen van een bepaalde gedragslijn. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 8:74 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 10 Btt
- Artikel 16 Btt
- Artikel 17 Btt
- Artikel 20 Btt
- Artikel 1 Wwft
- Artikel 16 Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014
- Artikel 25 Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014
- Artikel 3 Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
- Artikel 1 Wtt 2018
- Artikel 14 Wtt 2018
- Artikel 15 Wtt 2018
- Artikel 16 Wtt 2018
- Artikel 25 Wtt 2018
- Artikel 26 Wtt 2018
- Artikel 27 Wtt 2018
- Artikel 37 Wtt 2018
- Artikel 39 Wtt 2018