Rb. Rotterdam 22 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:2768
Een redelijke uitleg van de tekst van artikel 6:6:25, derde lid, Wetboek van Strafvordering en de memorie van toelichting daarbij brengt mee dat publicatie in de Staatscourant van de oproeping voor de behandeling van een vordering gijzeling is aangewezen indien de betrokkene die bekend is met de vervolging geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, ook indien de grondslag van de vordering gijzeling is gelegen in de ontneming van wederechtelijk verkregen voordeel. I.c. geen publicatie in Staatscourant van de oproeping, terwijl de veroordeelde kennelijk geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. Oproeping nietig.
De uitspraak op rechtspraak.nl