Rb. Rotterdam 29 september 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:8110
Compensatie transitievergoeding - overwerkvergoeding De ex-werknemer was gehouden overwerk te verrichten. Eiseres en de ex-werknemer hebben zich daar ook naar gedragen. Sprake was van veel en structureel overwerk. Naar het oordeel van de rechtbank moet hieruit worden afgeleid dat geen sprake is van een overeengekomen vaste arbeidsduur per maand, maar van een wisselende arbeidsduur. Hieruit en uit artikel 2, eerste lid, van de Regeling looncomponenten en arbeidsduur (de Regeling) volgt dat het UWV bij de vaststelling van de vergoeding (compensatie) niet had mogen uitgaan van een vaste overeengekomen arbeidsduur van 40 uur per week, maar van de gemiddelde arbeidsduur van de ex-werknemer per maand in de periode van 12 maanden voorafgaand aan het moment waarop de ex-werknemer arbeidsongeschikt raakte. Wat betreft het te hanteren bruto uurloon dient daarbij niet van het bruto uurloon in de voorverlengde periode te worden uitgegaan, maar van het bruto uurloon (geïndexeerd) op de dag na twee jaar arbeidsongeschiktheid. De rechtbank volgt het UWV daarnaast niet in zijn standpunt dat hij op grond van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding (het Besluit) bij de vaststelling van het bruto loon per maand uitsluitend heeft uit te gaan van de vaste looncomponenten, zoals de overwerkvergoeding, die zijn uitbetaald in de twaalf maanden voordat de arbeidsovereenkomst had kunnen worden beëindigd. Hoewel niet nadrukkelijk bepaald, valt niet in te zien dat in de situatie, waarin toepassing wordt gegeven aan artikel 2, eerste lid, van de Regeling en voor de berekening van de gemiddelde arbeidsduur periodes waarin sprake is van ziekte niet in aanmerking worden genomen, wat betreft de overwerkvergoeding zou moeten worden uitgegaan van een andere periode. Dat zou ertoe leiden dat in een geval als het onderhavige, waarin voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid structureel is overgewerkt en de werknemer in de periode van arbeidsongeschiktheid slechts een bij CAO bepaalde vervangende (lagere) overwerkvergoeding wegens ziekte heeft ontvangen, de periode van ziekte van invloed is op de hoogte van de in aanmerking te nemen overwerkvergoeding. Dat is niet wat de wetgever heeft beoogd. Toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Regeling en een redelijke uitleg brengt met zich dat wat betreft de in aanmerking te nemen overwerkvergoeding eveneens rekening gehouden dient te worden met de gemiddelde overwerkvergoeding in de periode van 12 maanden voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl