Rb. Rotterdam 17 juni 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5485

BC FT. De AFM heeft eiser een boete opgelegd vanwege het feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 4:11,eerste lid, van de Wft. Dit blijkt volgens de AFM uit diverse overtredingen van de Wft en het BGfo. De geconstateerde overtredingen houden deels stand. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de door de AFM terecht geconstateerde overtredingen, zowel los van elkaar als ook in samenhang bezien, de conclusie dat daarmee (ook), overkoepelend, artikel 4:11, eerste lid, van de Wft is overtreden. De rechtbank acht, gelet op de stukken over eisers draagkracht en nu een deel van de door AFM aan eiser verweten overtredingen geen stand houdt, een aanzienlijke matiging van de boete tot € 5.000,- passend en geboden. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn verlaagt de rechtbank de boete tot € 4.000,-.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken