Rb. Rotterdam 13 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:8129

Niet-ontvankelijk. De platte tekst waarin verweerder 1 verweerder 2 om hulp verzoekt door eiser op korte termijn elders een passende functie met behoud van zijn rechtspositie aan te bieden, het nalaten om een plaatsvervangend voorzitter aan te wijzen of daarop aan te dringen en de brieven met daarin hun persoonlijke visie die verschillende medewerker op eigen titel hebben opgesteld en verstuurd, zijn geen besluiten of daarmee gelijkgestelde feitelijke handelingen. Verweerder heeft daarbij in bezwaar terecht afgezien van het horen van eiser, van het toezenden van de op zaak betrekking hebbende stukken en van het verlenen van een termijn om de bezwaargronden aan te vullen. Uit de pro forma bezwaarschrift blijkt voldoende duidelijk waartegen het bezwaar is gericht en er bestaat redelijkerwijs geen twijfel dat het bezwaar niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van een besluit of daarmee gelijkgestelde feitelijke handeling. Het verlenen van een termijn voor het indienen van bezwaargronden en het toesturen van de op zaak betrekking hebbende stukken, had daarin geen verandering gebracht. Ook is er geen verplichting om de op de zaak betrekking hebbende stukken aan eiser te verstrekken. Doorzending bezwaarschrift. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor zover het doorzenden van een bezwaarschrift als een besluit in de zin van de Awb moet worden aangemerkt, is het doorzenden van een bezwaarschrift een procedurebeslissing. Hiertegen is geen bezwaar of beroep mogelijk nu eiser door de procedurebeslissing los van het voor te bereiden besluit niet in rechtstreeks in zijn belang is getroffen. Beslissingsbevoegdheid in bezwaar. Verweerder 2 had met het doorzenden van eisers bezwaar naar verweerder 1 moeten volstaan en had niet ook zelf op het bezwaar moeten beslissen. Alleen verweerder 1 is bevoegd om op dat bezwaar te beslissen, omdat verweerder 1 eisers bevoegde gezag is. Uit geen van de door eiser ingebrachte stukken en stellingen blijkt dat verweerder 2 eisers bevoegde gezag zou zijn. Nu verweerder 2 wel op het bezwaar heeft beslist, is het beroep gegrond. Toekenning werkloosheidsuitkering. Van reformatio in peius is geen sprake, omdat verweerder ook los van het ingediende bezwaar de bevoegdheid toekomt om de uitkering met ingang van een toekomstige datum te verlagen. Van deze bevoegdheid heeft verweerder terecht gebruikgemaakt, omdat de uitkering oorspronkelijk op basis van een verkeerde berekeningsgrondslag is toegekend. Het beroep is desondanks gegrond, omdat verweerder tijdens de beroepsprocedure heeft erkend dat er bij de uitvoering fouten zijn gemaakt waardoor eiser te weinig uitkering en vakantiegeld heeft ontvangen. Dwangsom. Verweerder heeft een te lage dwangsom toegekend. Bij getrapte besluitvorming is de datum van het laatste besluit, waarmee de beslissing op bezwaar is voltooid, bepalend voor de vraag of verweerder tijdig op het bezwaar heeft beslist en hoe groot de overschrijding van de beslistermijn is. Eindafrekening na einde dienstverband. Bij het omzetten van de vakantie- en de eindejaarsuitkering in een uurloon is verweerder niet van een te laag maar van een te hoog uurloon uitgegaan. Het werkgeversdeel van de pensioenpremie maakt geen onderdeel van het loonbegrip uit en hoeft niet bij het berekenen van het uurloon voor de uitbetaling van niet-genoten vakantie-uren te worden meegenomen. De norm die het HvJ heeft geformuleerd bij de berekening van de financiële vergoeding van niet-genoten vakantie-uren is dat de medewerker in de situatie moet worden gebracht die vergelijkbaar is met de situatie waarin de medewerker zou hebben verkeerd als hij of zij tijdens de arbeidsverhouding van die vakantie-uren gebruik had gemaakt. In tegenstelling tot eiser betoogt betekent dit niet dat ervan een fictief verlengd dienstverband moeten worden uitgegaan waarin opnieuw aanspraken op vakantie- en eindejaarsuitkering worden opgebouwd die vervolgens ook weer bij de eindafrekening voor vergoeding in aanmerking komen. Het HvJ gaat uit van de situatie tijdens de arbeidsverhouding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken