CRvB 4 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2957
Toekenning WGA-vervolguitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55,86%. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Evenzeer wordt de rechtbank gevolgd in haar oordeel dat er geen aanleiding is voor het oordeel dat de beperkingen van appellant onjuist in de FML zijn vastgelegd. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische informatie overgelegd die steun biedt voor zijn standpunt dat zijn beperkingen zijn onderschat. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat de conclusie van de arbeidsdeskundige in het kader van de EZWb, dat geen functies konden worden geduid, was gebaseerd op de onjuiste aanname dat in de FML van 16 september 2015 een beperking op het item samenwerken was opgenomen. Het Uwv is niet gehouden om een eenmaal gemaakte fout te herhalen. Voorts wordt het oordeel van de rechtbank onderschreven dat, uitgaande van de FML van 5 augustus 2016, appellant in staat moet worden geacht de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies te verrichten.