Rb. Rotterdam 4 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:625
Bestuurlijke lus inzake weigering urgentieverklaring voor woonruimte. Een voorliggende voorziening vormt een van de weigeringsgronden van artikel 2.3, tweede lid, van de Bijlage. Gelet op artikel 1.1, aanhef en onder j, van de Bijlage wordt onder voorliggende voorziening verstaan: een publiekrechtelijke regeling, anders dan de wet of deze verordening, die gezien haar aard en doel voor de desbetreffende woningzoekende toereikend en passend moet worden geacht voor het voorkomen of oplossen van zijn of haar huisvestingsprobleem. In het besluit op bezwaar is echter niet gemotiveerd op welke publiekrechtelijke regeling de in dit besluit genoemde speciale opvang zou zijn gebaseerd. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet een van de andere weigeringsgronden aan eiser heeft tegengeworpen. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dit betekent dat de rechtbank eerst in de einduitspraak in overeenstemming met wat is overwogen uitspraak zal doen over de verschuldigde dwangsom.
De uitspraak op rechtspraak.nl