Rb. Rotterdam 22 januari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:350

Officiële inbewaringneming van diepgevroren tonijn en bestuurlijke boete omdat aan de tonijn koolmonoxide als additief is toegevoegd; Omdat het besluit tot officiële inbewaringneming bekend is op de markt, bestaat een reële mogelijkheid dat dit besluit de producent van de tonijn zal schaden in een aan het fundamentele recht ontleend belang op bescherming van de eer en goede naam, ter bescherming waarvan toegang tot de bestuursrechter haar niet kan worden onthouden. Naar het oordeel van de rechtbank is de producent ten onrechte niet als belanghebbende bij het besluit tot officiële inbewaringneming aangemerkt en is haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank staat in voldoende mate vast dat de in de tonijn aangetroffen koolmonoxide daaraan als levensmiddelenadditief is toegevoegd. Op grond van onderzoek is vast komen te staan dat de tonijn niet de kenmerken had van een gerookt product. Daarnaast is het gehalte aan koolmonoxide in de tonijn dermate hoog dat dit volgens de deskundigen wel aan het product moet zijn toegevoegd. Daarmee staat vast dat artikel 4, eerste lid, van Vo 1333/2008, in samenhang gelezen met artikel 2, tweede lid, van het Warenwetbesluit additieven is overtreden en was verweerder bevoegd een boete op te leggen. Ook heeft verweerder de partij diepgevroren tonijn in officiële inbewaringneming kunnen plaatsen zonder de exploitant van het levensmiddel daaraan voorafgaand te horen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken