Rb. Rotterdam 28 oktober 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:9565
De rechtbank heeft op 22 september 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:8348) tussenuitspraak gedaan met betrekking tot een andere beslissing op bezwaar van verweerder, namelijk het besluit van 20 augustus 2019, waarbij het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit voor zover daarin het verzoek om herziening is afgewezen niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De rechtbank stelt verder vast dat eiser tegen het primaire besluit is opgekomen met één bezwaarschrift. Naar vaste rechtspraak is het op grond van artikel 7:11 Awb niet mogelijk om een heroverweging te splitsen in verschillende deelbeslissingen en dient op alle ontvankelijke bezwaren tegen dezelfde beslissing met één ondeelbaar besluit te worden beslist (bijv. ECLI:NL:RVS:2002:AL2397 (gepubliceerd in JB 2002/93); ECLI:NL:CRVB:2003:AI0016 en ECLI:NL:CBB:2012:BW9145, punt 5.1). In dit geval heeft verweerder op één bezwaarschrift tegen één brief – het primaire besluit – met twee besluiten op bezwaar de bezwaren tegen verschillende elementen niet-ontvankelijk verklaard. Dit is naar het oordeel van de rechtbank evenzeer in strijd met de strekking van artikel 7:11 lid 1 Awb en dient evenmin de proceseconomie (vgl. ECLI:NL:CBB:2010:BN4148, slot van punt 5.3). Om die reden komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om deze zaak te voegen bij de andere zaak die betrekking heeft op hetzelfde primaire besluit. Daartoe overweegt de rechtbank dat de proceseconomie niet is gediend met het langer aanhouden van deze zaak. In die andere zaak is op 22 september 2020 tussenuitspraak gedaan en is verweerder de gelegenheid geboden om alsnog een heroverweging te verrichten en heeft verweerder de rechtbank bericht dat hij een nieuwe beslissing op bezwaar zal nemen. De nu lopende zaak - die de rechtbank eerst nadien van het CBb heeft ontvangen - leent zich niet voor een dergelijk herstel, want in geschil is in deze zaak slechts of verweerder bij het bestreden besluit gehouden was de kosten van rechtsbijstand die zijn gemaakt in de bezwaarfase te vergoeden. De rechtbank doet daarom thans uitspraak in de voorliggende zaak.
De uitspraak op rechtspraak.nl