Rb. Rotterdam 22 september 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:8348

Bestuurlijke lus. Ten onrechte is geen procesbelang aangenomen bij verzoek tot herziening schorsing machinistenvergunning. Weliswaar is de nadien genomen intrekking van de vergunning herroepen, maar eiser heeft gesteld schade te hebben gelden door de schorsing, terwijl partijen zonder succes hebben onderhandeld over schadevergoeding. Met het oog op de door verweerder alsnog te verrichten heroverweging merkt de rechtbank op dat, zoals verweerder terecht heeft gesteld, artikel 8:119 Awb betrekking heeft op de herziening van een onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter, terwijl er geen onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter tussen partijen voorligt. Dat laat onverlet dat verweerder bevoegd en gehouden is een besluit te nemen op een verzoek van eiser om terug te komen van een eerdere onherroepelijk beslissing. Dat eiser de term herziening heeft gehanteerd maakt dit niet anders. De rechtbank wijst met het oog op de alsnog door verweerder te verrichten herbeoordeling van het primaire besluit op de in het kader van artikel 4:6 Awb gevormde rechtspraak waaruit volgt dat verweerder daarbij beleidsruimte toekomt (ECLI:NL:RVS:2016:3131; ECLI:NL:CRVB:2016:4872 en ECLI:NL:CBB:2017:190).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken