Rb. Rotterdam 31 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6759
Fiscale zaak. Omdat de heffings- en invorderingsambtenaar weigert stukken over te leggen omdat hij meent dat de belastingrechter niet bevoegd is, doet de belastingrechter de zaak af op de door eiseres ingediende stukken en wordt het bestuursorgaan veroordeelt in de proceskosten. Gesloten rechtsmiddelensysteem. Tegen de invordering staat verzet bij de burgerlijke rechter open en inzake weigering kwijtschelding staat administratief beroep open. De belastingrechter is echter wel bevoegd kennis te nemen van een uitspraak op bezwaar die om die reden strekt tot niet-ontvankelijkverklaring. Er is niet tijdig beslist op het bezwaar, zodat het beroep wegens niet tijdig beslissen gegrond is. Geen toepassing van art. 8:55c Awb, omdat verweerder geen dwangsom is verschuldigd. Er doet zich namelijk een situatie voor als bedoeld in artikel 4:17 lid 6 onder c Awb nu het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 26 AWR
- Artikel 7 Uitv.reg.IW
- Artikel 1 IW
- Artikel 13 IW
- Artikel 25 IW
- Artikel 26 IW
- Artikel 231 Gemw
- Artikel 236 Gemw
- Artikel 255 Gemw
- Artikel 4:17 Awb
- Artikel 4:123 Awb
- Artikel 6:2 Awb
- Artikel 6:12 Awb
- Artikel 7:10 Awb
- Artikel 7:14 Awb
- Artikel 8:1 Awb
- Artikel 8:31 Awb
- Artikel 8:41a Awb
- Artikel 8:42 Awb
- Artikel 8:52 Awb