Rb. Rotterdam 15 juni 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:5190
Dat de aangevallen uitspraak eiser niet bevalt en hij om die reden aangifte heeft gemeend te moeten doen tegen de rechter en de griffier, levert geen grond op waaruit blijkt dat de rechtbank het beroep van opposant terecht zonder zitting heeft afgedaan. Ook de omstandigheid dat opposant (wederom) stukken heeft overgelegd waaruit volgens opposant zou volgen dat eerdere besluiten van het Uwv onjuist zijn, levert geen reden op om te oordelen dat de uitspraak van 1 mei 2020 niet in stand kan blijven. In de aangevallen uitspraak is immers gemotiveerd overwogen dat er geen plaats meer is voor een inhoudelijke discussie over eerdere besluiten van het Uwv die onherroepelijk zijn en in welk verband door opposant nadien herhaaldelijk en zonder succes rechtsmiddelen zijn aangewend.
De uitspraak op rechtspraak.nl