Rb. Rotterdam 16 januari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:291

Wet Markt en Overheid (hoofdstuk 4b van de Mededingingswet (Mw). Het aanbieden van beschermingsbewind door de Gemeentelijke Kredietbank is in 2014 door de gemeenteraad van Groningen aangemerkt als een activiteit in het kader van het algemeen belang (algemeen belangbesluit). Hierdoor is hoofdstuk 4b van de Mw niet van toepassing en is deze dienst uitgezonderd van het toezicht van ACM. Per 1 maart 2018 heeft de gemeente beleidsregels ingevoerd die er - kort gezegd - op neerkomen dat de kosten van beschermingsbewind niet langer worden vergoed vanuit de bijzondere bijstand. Volgens eisers wordt de werking van het algemeen belangbesluit door deze beleidsregels dusdanig opgerekt dat de gemeente particuliere ondernemingen uit de markt drukt en daarmee in strijd handelt met (de strekking van) de Wet Markt en Overheid. Zij hebben daarom een verzoek om handhaving ingediend bij ACM. Dat verzoek is door ACM afgewezen. De rechtbank is met ACM van oordeel dat de dienst die de gemeente aanbiedt ook na de vaststelling van deze beleidsregels nog steeds is aan te merken als beschermingsbewind in de zin van het algemeen belangbesluit. Dat met deze beleidsregels de omstandigheden veranderen waaronder de gemeente deze dienst verleent, maakt dat niet anders. In de kern blijft sprake van het aanbieden van beschermingsbewind als een dienst van algemeen belang door de gemeente. Omdat hoofdstuk 4b van de Mw door het algemeen belangbesluit niet van toepassing is, komt ACM niet aan de beoordeling van de in hoofdstuk 4b van de Mw genoemde gedragsregels toe. Anders dan eisers menen is er in dit geval dus (nog steeds) geen rol weggelegd voor ACM. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken