Rb. Rotterdam 3 april 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2811

Boete opgelegd aan pluimveehouder voor letsel ontstaan bij het vangen van pluimvee. De boete voor vangletsel is terecht opgelegd. Er is door verweerder voldoende toegelicht dat het letsel dat is vastgesteld niet bij het transport of op de slachterij kan zijn ontstaan. Zo is toegelicht dat letsel ontstaan bij transport voornamelijk andersoortig letsel betreft en een aanzienlijk groter deel van de kuikens betreft dan bij vangletsel wordt geconstateerd; daarnaast gaat de toezichthouder na of zich bij het transport calamiteiten hebben voorgedaan. Ook is toegelicht (onder meer met een filmpje over het proces op de slachterij) dat door de toezichthouder geteld letsel niet kan zijn ontstaan op het slachthuis; de kuikens worden aan het begin van het slachtproces, voorafgaand aan het kantelen van de containers, onomkeerbaar bedwelmd en bij bedwelmde kuikens zullen ontstane bloedingen onderhuids nauwelijks uitbreiden omdat ze een zeer lage hartslag hebben en op het slachthuis is het proces te kort om een bloeding van drie centimeter of meer te ontwikkelen; daarnaast is het type letsel dat bij het slachtproces kan ontstaan anders en is er een verschil in kleur. De rechtbank vindt het voldoende aannemelijk, mede gelet op de ter zitting gegeven toelichting, dat er een aanzienlijk verschil zit tussen de kleur van een verse bloeding en die van een oudere bloeding waarvan het bloed al (deels) gestold is of onderhuids verkleurd en dat dit verschil door een deskundig dierenarts goed kan worden vastgesteld; er is ter zitting toegelicht dat een verse wond goed herkenbaar is en dat een bloeding na een paar uur echt donkerrood van kleur is en eventueel gestold. Verder leidt de rechtbank uit het getoonde filmpje af dat bij een snelheid van 7500 kuikens per uur het letsel aan de karkassen voldoende kan worden beoordeeld door een deskundig dierenarts. Gelet op de toelichting en onderbouwing van het beleid die in deze zaken is gegeven van de zijde van verweerder ziet de rechtbank geen aanleiding om de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 22 januari 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:392) te volgen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met de rapporten van bevindingen en daarbij behorende stukken, de bestreden besluiten, het verweerschrift en de gegeven toelichting ter zitting voldoende gemotiveerd dat bij kuikens van eiseres vangletsel is vastgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken