Rb. Rotterdam 18 december 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:11745
Op de zitting heeft ter discussie gestaan of de verdachte betrokken is geweest bij de moord op het slachtoffer. De officier van justitie ziet de verdachte als opdrachtgever van die moord. De rechtbank vindt niet bewezen dat de verdachte de rol van opdrachtgever of uitlokker vervulde. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. Wel vindt de rechtbank dat de verdachte medeplichtig is geweest aan de moord. Bij het opleggen van straf wordt rekening gehouden met het eigen opzet van de verdachte dat niet gericht is geweest op de dood van het slachtoffer. Hij wordt ook veroordeeld voor het witwassen van een geldbedrag en een Rolex horloge. Bijzonder in deze zaak is ten slotte ook dat de rechtbank heeft geworsteld met de vorderingen van de benadeelde partijen en daarvoor een oplossing had bedacht in zowel het belang van verdachte als de benadeelde partijen. Het Wetboek van Strafvordering biedt in deze zaak echter op dit moment onvoldoende ruimte voor deze oplossing, zodat de rechtbank min of meer genoodzaakt is de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl