Rb. Rotterdam 27 november 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8636
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zal het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat het prematuur is ingesteld. Hoewel niet steeds in alle gevallen in gebreke stelling gevergd kan worden, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter de door verzoekster aan verweerder geboden termijn om binnen twee werkdagen te beslissen op haar aanvraag onredelijk kort. Gelet hierop is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, zodat de voorzieningenrechter, gelet op artikel 8:83, derde lid, van de Awb, uitspraak kan doen zonder zitting. De voorzieningenrechter zal het verzoek afwijzen.
De uitspraak op rechtspraak.nl