Rb. Rotterdam 29 augustus 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6833
Tabaksverkoop aan een persoon die niet onmiskenbaar de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt zonder leeftijdscontrole. De winkelier stelt dat controle heeft plaatsgevonden tijdens eerdere transacties en dat daarbij wellicht een identiteitsbewijs van een op de koper gelijkende oudere broer is overgelegd. Beroep op AVAS. Bewijsmaatstaf- en bewijslastverdeling. Op verweerder rust de bewijslast om aan te tonen dat een (rechts)persoon een overtreding heeft begaan van artikel 8 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet. Daarbij geldt dat op grond de onschuldpresumptie, die besloten ligt in artikel 6 lid 2 EVRM, twijfel in het voordeel van de belanghebbende strekt (ECLI:NL:HR:2011:BN6324 en ECLI:NL:RVS:2017:1818). Verweerder heeft in dit geval aan die bewijslast en bewijsmaatstaf voldaan, omdat is vastgesteld dat vanuit de winkel van eiseres aan een persoon sigaretten zijn verkocht, terwijl van die koper, waarvan niet in geschil is dat hij ten tijde van de koop niet onmiskenbaar 18 jaar was, niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Verweerder kan in een dergelijk geval ook uitgaan van het vermoeden dat eiseres van de overtreding een verwijt valt te maken. Het is vervolgens aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij, gelet op de informatie van de website van NVWA of op het door haar genoemde NIX 18-beleid, bij een eerdere transactie de leeftijd van de jongen aan de hand van een geldig identiteitsbewijs heeft vastgesteld en daarom bij de bewuste verkoop daarvan af heeft mogen zien of om aannemelijk te maken dat zich anderszins een uitzondering voordoet die in de weg staat aan boeteoplegging. Daarbij geldt voor dit tegenbewijs geen harde bewijsmaatstaf. Aannemelijk maken dat zich een uitzondering voordoet is voldoende (vgl. ECLI:NL:RVS:2009:BH1886 en ECLI:NL:CBB:2017:326).
De uitspraak op rechtspraak.nl