Rb. Rotterdam 29 mei 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4441

Mededingingsrecht. Liftenkartel. Schending van artikel 101 VWEU. Follow-on procedure ter zake de gestelde schade van woningcorporaties die liften (en roltrappen) zouden hebben gekocht en laten installeren en onderhouds- en renovatiecontracten zouden hebben gesloten met (één van) de Kartellisten. De rechtbank oordeelt dat de vorderingen niet verjaard zijn, de vorderingen rechtsgeldig aan DGL zijn overgedragen en Kone en Otis op grond van art. 6:166 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn in het geval de cedent(en) schade heeft/hebben geleden als gevolg van het kartel. De omvang en het effect van het kartel wordt onderzocht. Nadere conclusiewisseling met betrekking tot de vraag of de cedenten (rechtstreeks of indirect) opdrachtgevers van de Kartellisten waren, althans dat de cedent de kosten met betrekking tot de liften heeft gedragen en dat deze kosten niet aan de huurders zijn doorberekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken