Rb. Rotterdam 26 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:6126

Eiser is, gelet op het arrest Gnandi, ten onrechte op de grondslag van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vw in bewaring gesteld, nu hij hangende het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag niet ter fine van uitzetting in bewaring mocht worden gesteld. Verweerder heeft eiser vervolgens terecht op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw in bewaring gesteld, nu de bewaring niet is opgelegd ter fine van uitzetting. De rechtbank stelt in dat kader voorts vast dat de overwegingen van het Hof in het Gnandi-arrest en de beschikking van het Hof van 5 juli 2018 uitdrukkelijk betrekking hebben op artikel 15 van richtlijn 2008/115/EG en niet op artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, d en e, van richtlijn 2013/33/EU, dat met artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, c en d, van de Vw in nationaal recht is omgezet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen