Rb. Rotterdam 9 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5646
In verzet oordeelt dat de rechtbank dat in de aangevallen uitspraak niet is onderkend dat er twee eisende partijen (de onderneming en haar directeur) zijn en dat tijdig een beroep op betalingsonmacht griffierecht is gedaan. Het verzet is gegrond. Het beroep van de directeur is niet-ontvankelijk, want hij heeft destijds geen bezwaar gemaakt. Het beroep van de onderneming is ongegrond. AFM heeft in redelijkheid gebruik kunnen maken van haar bevoegdheid tot vergunning intrekking wegens het jarenlang niet voldoen van heffingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl