Rb. Rotterdam 27 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5081
In geschil zijn de aanslagen watersysteemheffing en de wegenheffing die aan een melkveebedrijf zijn opgelegd. Eiseres is het om verschillenden redenen er niet mee eens dat zij voor haar percelen grasland voor de waterschapsbelastingen en de wegenheffing wordt aangeslagen als ”eigenaar ongebouwd” voor een hoog tarief, terwijl er anderen zijn die voor als “natuurterrein” aangemerkte percelen grasland voor een veel lager tarief worden aangeslagen. Aan de orde komen: strijd met gelijkheidsbeginsel, wettelijke basis voor het verschil in hoogte van de tarieven, wijze van berekening van de tarieven, de vraag of de hoge tarieven onredelijk en willekeurig zijn en de vraag of of uit de opbrengsten van de waterschapsbelastingen ook worden gebruikt voor natuurbeheer. Beroep ongegrond
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 110 Wschw
- Artikel 116 Wschw
- Artikel 117 Wschw
- Artikel 120 Wschw
- Artikel 121 Wschw
- Artikel 122a Wschw
- Artikel 122b Wschw
- Artikel 7:11 Awb
- Artikel 7:12 Awb
- Artikel 6.1 Waterschapsbesluit
- Artikel 6.2 Waterschapsbesluit
- Artikel 6.3 Waterschapsbesluit
- Artikel 6.4 Waterschapsbesluit
- Artikel 6.5 Waterschapsbesluit
- Artikel 6.8 Waterschapsbesluit
- Artikel 6.9 Waterschapsbesluit
- Artikel 6.10 Waterschapsbesluit